Naar hoofdinhoud
InovNexa

Analyse

Wat het einde van salderen doet met netcongestie

Op 1 januari 2027 verdwijnt de prikkel die zonnestroom massaal het net op duwt. Dat verlicht het net op het ene moment — en kan het op een ander moment juist zwaarder belasten.

10 minuten lezen

12,4 GWp
kleinschalige zonnestroom
daken tot 15 kW, eind 2024 — RVO
≈ 30%
wordt nu zelf verbruikt
de rest gaat het net op
1 jan 2027
salderen stopt
wet aangenomen op 17 december 2024

Het net heeft geen last van jaarverbruik

Een elektriciteitsnet raakt niet vol van hoeveel stroom er in een jaar doorheen gaat. Het raakt vol van hoeveel stroom er opéén moment tegelijk doorheen wil. Dat onderscheid is de kern van dit hele vraagstuk, en het is precies het onderscheid dat in de discussie over zonnepanelen meestal wegvalt.

Eind 2024 lag er in Nederland 12,4 gigawattpiek aan kleinschalige zonnestroom op daken — installaties tot 15 kilowatt, dus vooral woningen. Op een heldere dag in mei leveren die daken vrijwel allemaal tegelijk hun maximum. Niet omdat de bewoners dat willen, maar omdat de zon nu eenmaal op iedereen tegelijk schijnt.

Onder de salderingsregeling is er geen enkele reden om daar iets aan te doen. Een teruggeleverde kilowattuur is even veel waard als een zelf gebruikte. Het gemiddelde huishouden met panelen gebruikt daardoor ongeveer 30% van de eigen opwek zelf; de overige 70% gaat het net op, ook als dat net op dat moment al vol staat.

Waar de zonnestroom van een huishouden heen gaat

De eerste twee regels zijn gemeten gemiddelden. De derde is wat een passend gedimensioneerde thuisbatterij daarvan maakt.

Zelf verbruiktTeruggeleverd aan het net

Nu, met saldering

gemiddeld huishouden met zonnepanelen

Na 2027, zonder batterij

alleen verbruik verschuiven

Na 2027, met thuisbatterij

passend gedimensioneerd

Bekijk de cijfers als tabel
SituatieZelf verbruiktTeruggeleverd aan het net
Nu, met saldering30%70%
Na 2027, zonder batterij40%60%
Na 2027, met thuisbatterij70%30%

De middelste regel is een aanname: verbruik verschuiven zonder opslag — wasmachine, boiler en auto overdag — brengt zelfverbruik realistisch naar 35 à 45%. Wij rekenen met 40%.

Voorspelling 1: de zomerse middagpiek daalt

Vanaf 2027 keert de rekensom om. Een zelf gebruikte kilowattuur bespaart de volle prijs; een teruggeleverde levert een vergoeding op van minimaal de helft van het kale leveringstarief — het tarief zonder belastingen. Het verschil is een factor, geen procentje.

Daarmee ontstaat voor het eerst een financiële reden om zonnestroom vast te houden in plaats van hem weg te geven. Elk huishouden dat dat doet, haalt vermogen weg uit precies de piek waar het laagspanningsnet op stukloopt.

Maar niet meteen, en niet vanzelf. Deze daling gaat exact zo snel als er batterijen worden geplaatst en gewoontes veranderen — niet sneller. Een huishouden dat niets doet, blijft gewoon terugleveren; het krijgt er alleen minder voor. Het net merkt daar niets van.

Voorspelling 2: de winterse avondpiek kan juist stijgen

Hier zit de wending die in de meeste verhalen ontbreekt.

De batterijen die het zomerprobleem verlichten, worden aangestuurd op de stroomprijs. En die prijs is een landelijk signaal. Hij wordt bepaald door vraag en aanbod op de Nederlandse markt en weet niets van de kabel in uw straat.

Op een winteravond met veel wind zakt die landelijke prijs. Elke batterij, elke laadpaal en elke slimme warmtepomp die op prijs stuurt, ziet datzelfde signaal — en schakelt in op hetzelfde moment. Prijssturing maakt huishoudens niet zuiniger, maargelijktijdiger. En gelijktijdigheid is exact wat netcongestie veroorzaakt.

CE Delft en Motivaction hebben dit voor het ministerie van Klimaat en Groene Groei doorgerekend. Hun uitkomst is geen zijopmerking maar de hoofdconclusie:

Wijken waar prijssturing de piek verhoogt

Aandeel van de onderzochte Nederlandse wijken, volgens de doorrekening van CE Delft.

Piek gelijk of lagerPiek hoger

2030

15 tot 30% van de huishoudens met een dynamisch contract

2040

30 tot 60% van de huishoudens met een dynamisch contract

Bekijk de cijfers als tabel
SituatiePiek gelijk of lagerPiek hoger
203050%50%
204033%67%

In 2030

In de helft van de wijken stijgt de piek met 5 tot 8%, tot ongeveer vijf uur per jaar. In de andere helft blijft hij gelijk of daalt hij 2 tot 5%.

In 2040

In tweederde van de wijken stijgt de piek met 5 tot 25%, gedurende 5 tot 30 uur per jaar. Hoe verder de elektrificatie, hoe groter de toename.

De nieuwe pieken vallen vooral in de winter tussen 16.00 en 23.00 uur, wanneer de dynamische prijs laag is doordat het hard waait.

Twee pieken die tegengesteld bewegen

Zet beide voorspellingen naast elkaar en het beeld wordt scherp. Het einde van salderen lost niet "het netprobleem" op. Het verplaatst het — van de zomerse middag naar de winterse avond, en van teruglevering naar afname.

Zomer, rond het middaguur

Teruglevering aan het net

061218

Meer eigen verbruik betekent minder gelijktijdige teruglevering.

Winter, tussen 16 en 23 uur

Afname van het net

121824

Batterijen die op dezelfde lage prijs reageren, laden op hetzelfde moment.

NuVerwacht na 2027Schematisch: de vorm toont de richting van de verandering, niet een voorspelde hoogte.

Wat bepaalt welke kant het op gaat

Het verschil tussen die twee uitkomsten zit niet in de batterijen zelf. Een thuisbatterij is een neutraal apparaat: hij doet wat de software zegt. Het verschil zit in waar die software naar luistert.

Luistert hij alleen naar de landelijke prijs, dan krijgt u het gedrag dat CE Delft doorrekende: iedereen tegelijk, met een hogere wijkpiek als gevolg. Luistert hij daarnaast naar de netbeheerder, dan wordt diezelfde batterij een oplossing in plaats van een probleem.

Dat is precies waarom netbeheerders er inmiddels voor betalen. Enexis, Liander en Stedin kopen flexibel vermogen in tegen 60 tot 120 euro per kilowatt per jaar, afhankelijk van hoe lang een apparaat inzetbaar is. Ze kopen geen kilowatturen — ze kopen zekerheid over het moment. CE Delft beveelt in hetzelfde rapport aan dat vooraf contractueel vast te leggen, met een technisch vangnet voor kritieke momenten.

Wat wij verwachten

Als u ons om één zin vraagt: het einde van salderen is per saldo goed voor het net, maar alleen als de opslag die erdoor ontstaat stuurbaar is.

Concreet verwachten wij:

  • De zomerse terugleverpiek in woonwijken daalt vanaf 2027 merkbaar, met een vertraging van enkele jaren — het tempo van batterijverkoop is de rem, niet de wetgeving.
  • De winterse avondpiek wordt het nieuwe knelpunt. Niet vaak — een handvol uren per jaar — maar juist in wijken die al aan hun grens zitten, en dat is genoeg om netverzwaring te vervroegen.
  • Netbeheerders gaan sturing niet vrijblijvend houden. De huidige marktuitvragen zijn vrijwillig en betaald; wij verwachten dat stuurbaarheid op termijn een voorwaarde wordt bij aansluiting of verzwaring, zoals bij zakelijke aansluitingen al gebeurt.
  • Het onderscheid tussen een batterij mét en zonder netbeheerderscontract wordt financieel groter dan het verschil tussen merken.

Wat hier onzeker aan is

Dit is een doorrekening, geen voorspelling met zekerheid. Drie dingen kunnen het beeld kantelen:

  • Het tempo van batterijadoptie. Blijft opslag duur, dan gebeurt er in de zomer weinig en verandert er ook aan de avondkant weinig.
  • Hoeveel huishoudens een dynamisch contract nemen.Begin 2025 was dat ongeveer 5%. CE Delft rekent met 15 tot 30% in 2030. Blijft dat aandeel laag, dan blijft het avondeffect klein.
  • Of de flexmarkt opschaalt. De huidige uitvraag beslaat 255 megawatt in zes congestiegebieden. Dat is een begin, geen landelijk systeem.

De cijfers in deze analyse komen uit openbare bronnen en zijn hieronder terug te vinden. De interpretatie is van ons.

Wat betekent dit voor uw adres?

Of uw wijk aan de goede of de verkeerde kant van deze analyse valt, hangt af van het congestiegebied en uw eigen verbruik. Dat rekenen we voor u door.

Plan een adviesgesprek